Kwaliteitsstandaard Primaire Scleroserende Cholangitis (PSC)

Kwaliteitsstandaard PSC Pagina 11 van 117 Versie 1.0 een levertransplantatie nodig), terwijl volwassenen met PSC vaak binnen 5 jaar complicaties ondervinden. 105,108 • Algemeen voorkomende co morbiditeit zoals obesitas, NAFLD (non alcohol fatty liver disease), alcohol hepatitis, roken, cardiovasculaire ziekte en diabetes zijn veel vaker aanwezig bij volwassenen en kunnen een slechtere uitkomst veroorzaken in vergelijking met kinderen. • Bij kinderen moet extra aandacht zijn voor goede voeding (vooral als zij ook IBD hebben), omdat zij in de groei zijn en zich goed moeten ontwikkelen. Verder wordt bij kinderen gezien: • De hoogte van Bilirubine, GGT en APRI (aspartate aminotransferase-to-platelet ratio index) bij het stellen van de diagnose correleren met de lange termijn prognose bij kinderen. • Presentatie en uitkomst verschillen bij kinderen met PSC, kinderen met PSC met tekenen van AIH, kinderen met PSC en IBD en kinderen die small duct PSC hebben. (Men spreekt van small duct PSC als de leverenzymwaarden wijzen op cholestase en het histologische beeld concentrische fibrosering rond de galwegen vertoont, passend bij PSC, maar dan zonder cholangiografische aanwijzingen voor PSC.) 2.4 Etiologie en erfelijkheid Etiologie De precieze oorzaak van PSC is niet bekend. De etiologie is complex en omvat zowel genetische als omgevingsfactoren. Vele mogelijke aanwijzingen zijn bekeken in het maag-darm-leverstelsel zoals de immuun regulatie, hepatobiliaire beschermingsmechanismen, het galzuurmetabolisme, het microbioom en permeabiliteit van de darmen. Hypothetische pathogene mechanismen waaraan gedacht wordt als mogelijke (gedeeltelijke) oorzaak van PSC in het maag-darm-leverstelsel zijn onder andere 108 : • Een inadequate en ontregelde immuunrespons bij hiervoor genetisch gevoelige personen. • Defecten in de normale beschermingsmechanismen die de lever beschermen tegen de toxiciteit van galzuren. • Een pathogene verstoring van het fecale microbioom, leidend tot accumulatie van toxische galzuursoorten en een vervolgens niet adequate inflammatoire reactie. • Migratie van door de darmen geactiveerde lymfocyten naar de lever. • Beschadiging van het darmepitheel door inflammatie. • Een niet adequate inflammatoire respons op bacteriële producten en toxische galzuren die via de ontstoken darm naar de lever gaan via de vena portae. Bij PSC is sprake van ontsteking van de intra- en/of extrahepatische galwegen, vaak leidend tot (multipele) galwegstenosen. De afwijkingen in de galgangen kenmerken zich door infiltratie van lymfocyten, oedeemvorming en proliferatie van de ductuli. In een latere fase ontstaat periductale fibrosering. Door de fibrosering ontstaan stricturen in de galwegen. Tussen deze stricturen kunnen verwijdingen ontstaan. Dit geeft het typische beeld van een parel- of kralensnoer van de galwegen 11,20 .

RkJQdWJsaXNoZXIy Mjc2MDM=