Kwaliteitsstandaard atypische parkinsonismen

Pagina 109 - een grotere kans op een valincident; - een verminderd looptempo en loopkwaliteit; - een verhoogd risico op comorbiditeit zoals pijn, osteoporose en depressie. • Transfers: Patiënten ervaren vaak problemen met het uitvoeren van complexe bewegingen, waaronder transfers. Transfers die vaak problemen opleveren zijn: - op een stoel gaan zitten; - opstaan uit een stoel, voornamelijk door onvoldoende rompflexie; - in en uit bed stappen; - omdraaien in bed: behalve de motorische beperkingen kunnen externe factoren als stroef beddengoed, een levodopaspiegel die ’s nachts te laag wordt en onvoldoende visuele feedback deze transfers bemoeilijken. • Arm- en handvaardigheid: Bij patiënten verloopt het reiken minder vloeiend, minder gecoördineerd, minder doelgericht en langzamer. Daarnaast is de behendigheid bij het bewegen van arm en hand afgenomen. Ook een tremor kan de arm- en handvaardigheid verslechteren. • Balans en lopen: Patiënten vallen vaak, ook in de vroege fase van de ziekte. De meeste valincidenten doen zich binnenshuis voor bij het omdraaien, opstaan, vooroverbuigen of uitvoeren van twee taken tegelijk (dubbeltaken). Valincidenten komen vooral voor bij patiënten die loopproblemen als eerste symptoom hadden. Balansproblemen ontstaan door de toenemende verstoring van houdingsreflexen en de balans kan verder afnemen onder invloed van verstoorde proprioceptie, afgenomen rompflexibiliteit en levodopagebruik. Veel valincidenten gaan gepaard met letsel (heup- of bekkenfractuur). Loopstoornissen kunnen al in de beginstadia van de ziekte optreden en zijn onder te verdelen in continue loopstoornissen en episodische loopstoornissen (festinatie en freezing). Fysiotherapie kan zich ook richten op: • pijn • ademhalingsproblemen. De interventies die de fysiotherapeut kan gebruiken zijn - Conventionele fysiotherapie (functietraining); - Cueing (strategietraining). Uit onderzoek blijkt een sterke aanbeveling vóór het gebruik van cueing bij het lopen ter verbetering van loopsnelheid ( Richtlijn ZvP KNGF ) ; - Dans (functietraining); Uit onderzoek blijkt een sterke aanbeveling vóór het gebruik van dans ter verbetering van functionele bewegingen en balansvermogen (richtlijn ZvP KNGF); - Dubbeltaaktraining (vaardigheidstraining); Probleem bij het tegelijk uitvoeren van motorische en cognitieve taken (dubbeltaken): de cognitieve aandacht nodig is om motorische taken bewust uit te voeren. - Loopbandtraining (functietraining); Uit onderzoek blijkt een sterke aanbeveling vóór het gebruik van loopbandtraining ter verbetering van loopsnelheid en schredelengte (richtlijn KNGF); - Strategieën voor complexe bewegingen (strategietraining); - Tai chi (functietraining); Uit onderzoek blijkt een sterke aanbeveling vóór het gebruik van tai chi ter verbetering van het (aansturen van) bewegingen (richtlijn KNGF);

RkJQdWJsaXNoZXIy Mjc2MDM=