Kwaliteitsstandaard atypische parkinsonismen

Pagina 78 Afname: De cliënt wordt geobserveerd tijdens het uitvoeren van een of meerdere betekenisvolle (deel)activiteiten uit zijn dagelijks leven. De ergotherapeut scoort de uitvoering in twee fases: Fase 1: een taakanalyse waarin vastgelegd wordt in hoeverre de persoon de activiteit beheerst en welke fouten deze persoon maakt tijdens de uitvoering. Er wordt onderscheid gemaakt tussen fouten in accuratesse, herhalen, overslaan en in tijd. Fase 2: De tweede fase van evaluatie betreft analyse van de observeerbare problemen in informatieverwerking binnen vier domeinen: waarnemen (perceive), herinneren (recall), plannen (plan) en uitvoeren (perform). Deze domeinen zijn opgesplitst in 35 strategieën van informatieverwerking (descriptoren) die specifiek gescoord worden op een 3-puntsschaal. Ergotherapierichtlijn Valpreventie [90] Deze richtlijn richt zich specifiek op het veilig functioneren (vanuit valrisico oogpunt) met de volgende centrale vragen. Welke instrumenten zijn geschikt voor de inventarisatie, analyse en evaluatie van: - De ervaren verandering in participatie, ervaren restricties in participatie/activiteiten en de prioritering hiervan? (paragraaf 2.1 van de ergotherapierichtlijn valpreventie) - De kwaliteit van handelingsvaardigheden of strategieën die bijdragen aan de veiligheid bij het uitvoeren van activiteiten? (paragraaf 2.2 van de ergotherapierichtlijn valpreventie) - De screening van valrisicofactoren? (paragraaf 2.3 van de ergotherapierichtlijn valpreventie) - De sociale en fysieke context met betrekking tot veilig functioneren? (paragraaf 2.4 van de ergotherapierichtlijn valpreventie). Werkkaart diagnostiek voor ergotherapie bij AP Doel diagnostiek: Onderzoek en analyse van betekenisvol handelen: • Inventariseren van ervaren problemen in activiteiten en participatie, en prioriteren hierin. • Onderzoeken en analyseren van aspecten van de persoon, de activiteit en de omgeving die het betekenisvol handelen belemmeren en bevorderen. • Analyseren van veranderingsmogelijkheden van de persoon, de activiteit en de omgeving om het handelen positief te beïnvloeden. Specifieke aandachtspunten: • Zorg dat een beeld verkregen wordt van het functioneren tijdens on- en off-fases • Vraag ook naar de problemen tijdens de nacht • Gesprekken om de hulpvraag te verhelderen bij voorkeur tijdens on-fase Observatie: bij voorkeur in de relevante context van het handelen

RkJQdWJsaXNoZXIy Mjc2MDM=