Previous Page  4 / 23 Next Page
Information
Show Menu
Previous Page 4 / 23 Next Page
Page Background

Primair lymfoedeem

E

nkele feiten

Vóórkomen

·

·

Prevalentie

Onder de 20 jaar bedraagt de prevalentie 1,15 op

100.000.

13

Er zijn geen exacte gegevens bekend over de totale

prevalentie van primair lymfoedeem. Schattingen lopen

uiteen van 1 op 6.000 tot 1 op 10.000 mensen. Geschat wordt

dat een huisarts met een normpraktijk die dertig jaar werkt,

gemiddeld één patiënt met primair lymfoedeem ziet in zijn

praktijk.

·

·

Leeftijd

Primair lymfoedeem komt in alle leeftijdsgroepen

voor. In de meeste gevallen ontstaan de eerste klachten

tussen het 15

e

en 35

e

levensjaar.

·

·

Geslachtsverdeling

Primair lymfoedeem komt drie keer

vaker voor bij vrouwen dan bij mannen.

16

Erfelijkheid en etiologie

·

·

Erfelijkheid

Naar schatting heeft 6-10% van de mensen met

primair lymfoedeem een erfelijke vorm.

16

Bij slechts 10% van

de patiënten met congenitaal lymfoedeem is een genetische

oorzaak aantoonbaar.

1

Meestal is er sprake van autosomaal

dominante overerving met verminderde penetrantie,

variabele expressie en variabele leeftijd van ontstaan. In de

afgelopen jaren zijn meerdere genen ontdekt die betrokken

kunnen zijn bij het ontstaan van lymfoedeem.

·

·

Etiologie

Primair lymfoedeemwordt veroorzaakt door een

ontwikkelings- of functiestoornis van het lymfestelsel. Dit

kan onder andere het gevolg zijn van aplasie, hypoplasie, of

hyperplasie van lymfevaatjes, of door onderontwikkeling

2

Primair lymfoedeem

Lymfoedeem is een aandoening waarbij het lymfesysteemniet goed functioneert in een of meer gebieden van het

lichaam.

5

Bij secundair lymfoedeemwordt het ontstaan van lymfoedeem voorafgegaan door een andere aandoening

(bijvoorbeeld een infectie) of behandeling (zoals bestraling bij mammacarcinoom). Primair lymfoedeem is een

zeldzame, chronische aandoening die ontstaat als gevolg van een genetische predispositie waarbij het lymfesysteem

niet normaal ontwikkelt of functioneert met een gestoorde lymfafvloed als resultaat.

3

De afgelopen jaren zijn er

steeds meer genmutaties gevonden die verband houdenmet het ontstaan van primair lymfoedeem.

Bij patiëntenmet primair lymfoedeemontstaan de eerste klachten in de meeste gevallen tussen het 15

e

en 35

e

levensjaar. Het begin is meestal sluipendmet een progressief beloop. In de meeste gevallen zijn alleen de benen

aangedaan. Klachten die met lymfoedeem gepaard gaan, zijn zwelling, stuwingsgevoel, moeheid en tinteling.

Mensenmet primair lymfoedeemhebbenmeer kans op terugkerende infecties. De aandoening heeft een

aanzienlijke, levenslange impact op het fysieke en psychische functioneren. In de eindstadia kan de

aandoening gepaard gaanmet grote morbiditeit en verlies van kwaliteit van leven.

Er bestaat geen genezende behandeling voor lymfoedeem. De behandeling is zowel gericht op de vermindering van

klachten als op het voorkómen van verergering en vereist eenmultidisciplinaire aanpak. In de meeste gevallen is

een dermatoloog de hoofdbehandelaar. De behandeling bestaat uit een ontstuwingsfase en een onderhoudsfase. De

ontstuwingsfase is er op gericht de hoeveelheid vocht te reduceren. Geschikte methoden hiervoor zijn onder andere:

zwachtelen, lymfetaping enmanuele lymfedrainage. Een dermatoloog, huidtherapeut of oedeemfysiotherapeut voert

de behandeling uit. Daarnaast kan de patiënt, door zelfmanagement, een belangrijke bijdrage leveren aan het onder

controle houden van het lymfoedeem en het voorkómen van achteruitgang of complicaties. Zelfmanagement bestaat

onder andere uit het doen van oefeningen, goede huidverzorging en het monitoren van het effect van de behandeling.

Patiënten krijgen hierover voorlichting van de betrokken zorgverleners uit het multidisciplinair team. De patiënt kan

ook een cursus ‘zelfmanagement voor patiëntenmet lymfoedeem’ volgen. De tweede fase, de onderhoudsfase, bestaat

uit het stabiel houden van de situatie, door regelmatige controle bij de betrokken zorgverleners en zelfmanagement.

De huisarts kan bij de (levenslange) behandeling van lymfoedeem een actieve, adviserende en ondersteunende rol

spelen. Daarnaast zal de huisarts vaak het eerste aanspreekpunt zijn voor de patiënt bij (dreigende) complicaties,

zoals erysipelas. Laagdrempelig en snel behandelenmet antibiotica bij een (dreigende) infectie kan een toename

van lymfoedeem voorkomen.