Previous Page  15 / 23 Next Page
Information
Show Menu
Previous Page 15 / 23 Next Page
Page Background

Auto-immuun hepatitis

·

·

IJzergebreksanemie

Verifieer bij moeheid of eventueel

ook een ijzertekort een rol speelt en geef zo nodig

suppletie.

·

·

Andere auto-immuun ziekten

Wees alert op het bestaan

of ontstaan van andere auto-immuun ziekten, ook al zijn

die niet gerelateerd aan de lever.

·

·

Gespecialiseerde MDL-arts/hepatoloog

Bespreek

met patiënt of de behandeling in een academisch

gespecialiseerd centrum zal plaats vinden. Verwijs daar

waar dat nog niet is gedaan, voor nadere diagnostiek en

behandeling naar een MDL-arts of naar een internist met

specifieke belangstelling voor leverziekten of verwijs naar

een expertisecentrum (zie

Consultatie en verwijzing )

.

·

·

Pijn

Patiëntenmet AIH ervaren tijdens actieve periodes van

de ziekte veel pijn en vermoeidheid. Schrijf pijnmedicatie

voor en stimuleer de patiënt actief te blijven. Dagelijkse

routine, hobby’s en contacten met anderen bieden

afleiding waardoor de pijn een minder prominente rol in

het leven van de patiënt zal spelen.

·

·

Stress

Help de patiënt om goed met stress om te

gaan, bijvoorbeeld door het adviseren ten aanzien van

ontspanningsoefeningen, mindfulness.

·

·

Pijnmedicatie

Overleg met de specialist kan nodig

zijn. Er mogen in principe geen NSAID’s voorgeschreven

worden. Zeker niet als er in de lever nog activiteit van

een ontsteking aanwezig is. NSAID’s kunnen namelijk

afwijkende laboratoriumwaarden veroorzaken en

kunnen daardoor de beoordeling van de leverontsteking

vertroebelen. Schrijf ook nooit NSAID’s voor bij levercirrose.

Het advies voor pijnmedicatie is paracetamol (niet hoger

doseren dan

4 keer daags 500 mg) en bij hevige pijn tramadol of

morfine. Contra-indicaties voor Tramadol en opiaten

zijn leverfalen of een gedecompenseerde levercirrose.

Schrijf ook niet zomaar migrainemiddelen (met daarin

acetylsalicylzuur) voor.

Wanneer de ziekteactiviteit gering is kan kortdurend

paracetamol in een dosering van 3 x 1.000 mg gegeven

worden (bijvoorbeeld bij het trekken van een kies).

·

·

Medicatie

Bij een verminderde leverfunctie is de afbraak

van medicatie soms minder goed en is de halfwaardetijd

vaak langer. Een aangepaste dosering is dan nodig. Wees

er op bedacht dat de bijwerkingen veel ernstiger kunnen

zijn dan bij andere patiënten. Overleg bij twijfel met de

behandelend specialist. Op de website

http://livertox.nih. gov

staat informatie over medicatie met levertoxiciteit.

·

·

Zelfzorgmedicatie

Vraag de patiënt alleen

zelfzorgmedicijnen te gebruiken in overleg met de

specialist en/of huisarts, om toxiciteit en interactie met

medicijnen te verkleinen (denk hierbij ook aan kruiden en

supplementen).

·

·

Bijwerkingen

Heeft de patiënt last van bijwerkingen,

neem dan contact op met de behandelend arts of de

apotheker. Dit geldt ook voor mogelijke bijwerkingen

die niet in een bijsluiter staan. Bij gebruik van meerdere

medicamenten voor eventueel andere aandoeningen, is

overleg met behandelend arts en apotheker geïndiceerd

om te kijken naar de implicaties hiervan. De patiënt kan

bijwerkingen ook rechtstreeks melden via het Nederlands

Bijwerkingen Centrum Lareb (zie

Consultatie en verwijzing )

.

·

·

Overlapsyndromen

Soms is er ook sprake van een overlap

met een andere ziekte zoals PBC en PSC. Wees hierop alert

als de patiënt niet reageert op de medicatie voor AIH, of bij

nieuwe klachten van de patiënt, en adviseer de patiënt om

contact op te nemen met de behandelend specialist.

Bespreek de mogelijkheid van een overlapsyndroommet de

patiënt. Wijs de patiënt erop alert te zijn op veranderingen

in het lichaam (zie

Overlapsyndromen )

.

·

·

Huidafwijkingen

Stuur een patiënt bij onbegrepen

huidklachten door naar de dermatoloog. Huidafwijkingen

kunnen als bijwerking van de medicijnen optreden

(azathioprine, prednison). Denk ook aan sarcoïdose, een

auto-immuun ziekte die vaker wordt geconstateerd bij

patiënten met AIH. Schrijf bij een droge huid vette zalven

en crèmes voor. Controleer 1 keer per jaar op huidkanker

(bijwerkingen van azathioprine na langdurig gebruik).

Houd hierbij rekening met leeftijd en huidtype.

Bij sarcoïdose in de huid is ook onderzoek van de longen en

de ogen nodig.

·

·

Afbouwen van de medicatie

Tijdens het afbouwen van

de medicatie (immunosuppressiva) kan de patiënt nare

klachten ervaren die niet direct wijzen op het weer actief

worden van de AIH. Soms ervaren de patiënten tijdens het

afbouwen:

-- meer last van spieren en gewrichten;

-- vermoeidheidsklachten;

-- klachten van malaise;

-- klachten van gejaagdheid en hartkloppingen.

Wees alert op deze klachten en bied ondersteuning.

Schrijf zo nodig medicatie voor en verwijs naar een

fysiotherapeut. Het afbouwen moet altijd geleidelijk

worden gedaan; de behandelend specialist bepaalt het

beleid.

·

·

Maagklachten

Door prednisongebruik kunnen

maagklachten optreden. Indien nodig wordt daarvoor

medicatie voorgeschreven zoals omeprazol. Door

omeprazol kan soms vitamine B12-tekort optreden. Als

er naast een Vitamine B12-deficiëntie ook een anemie

aanwezig is, kan de huisarts suppleren met oraal vitamine

B12. Een ijzergebrek kan ontstaan omdat ijzer bij gebruik

van een PPI (proton pomp inhibitor) minder goed wordt

opgenomen. Wees ook alert op anemie op basis van

ijzergebrek. Zie

NHG-Standaard Anemie

.

·

·

Slapeloosheid

Patiënten kunnen veel last hebben van

slapeloosheid, onder andere door pijn, onrust, piekeren,

bijwerkingen van de medicatie, jeuk en huiduitslag.

Ondersteun hierbij. Raad naast niet-medicamenteuze

adviezen in sommige gevallen verantwoorde medicatie

aan.

Lorazepam

kan worden voorgeschreven naast

temazepam

en

zoplicon

. Patiënten ervaren

Lorazepam

als

prettiger; zij geven minder bijwerkingen aan. Het kan soms

13