Background Image
Previous Page  69 / 106 Next Page
Information
Show Menu
Previous Page 69 / 106 Next Page
Page Background

69

Gecombineerde aanpak (chirurgie met radiotherapie)

Bij deze aanpak wordt chirurgie gecombineerd met electieve radiotherapie. Bij de chirurgische ingreep

wordt getracht om de tumor gedeeltelijk te verwijderen zodat er ongeveer 5% van de tumor achterblijft, wat

direct bestraald gaat worden. Hierdoor is de kans op beschadiging van zenuwen kleiner, maar de kans

bestaat dat het niet weggehaalde tumorweefsel weer gaat groeien. Het voordeel van electieve radiotherapie

is, dat er weinig tot geen complicaties optreden.

Bij alle drie de typen invasieve behandelingen hangt het tijdstip van de eerste (postoperatieve) controle en

frequentie van controles erna mede af van de pre-operatieve status en leeftijd van de patiënt. Na chirurgie

wordt in ieder geval 1 jaar na de operatie een MRI van de brughoek gemaakt.

Conservatief beleid

Bij het afwachtend beleid in het geval van volwassenen, wordt de groeisnelheid van de brughoektumor

jaarlijks vastgesteld door MRI van het hoofd. Daarnaast wordt ook spraak- en toonaudiometrie jaarlijks

uitgevoerd. Om de 2-3 jaar of op indicatie wordt er een MRI van het ruggenmerg gemaakt [84].

Bij kinderen wordt jaarlijkse oto-neurologisch onderzoek, oogonderzoek, en audiologisch onderzoek verricht

(zie tabel 8). MRI van het hoofd (inclusief gehoorgang) en ruggenmerg wordt ook periodiek verricht, met een

frequentie dat afhankelijk is van het al dan niet aanwezig zijn van tumor(en) in het centraal zenuwstelstel

(zie tabel 8 op pagina X).

(b) Schwannomen van andere dan de 8

e

hersenzenuw

Het beleid is ofwel afwachtend ofwel invasief. Bij dit laatste kan een combinatie van chirurgie met

radiotherapie een goed resultaat geven [102].

Ongeveer 30% van de NF2-patiënten krijgt symptomen van spinale schwannomen die chirurgische

verwijdering behoeven. Echter: de chirurgische procedure is niet eenvoudig en de voor- en nadelen van de

ingreep moeten overwogen worden. Dit gebeurt d.m.v. multidisciplinair overleg tussen de neurochirurg,

neuroloog, radioloog, radiotherapeut en de patiënt.

(c) Meningeomen

c1: Intracraniële meningeomen

De behandeling van een intracranieel meningeoom is vaak nodig, maar niet altijd mogelijk. Bij

neurologische uitvalsverschijnselen dan wel verhoogde druk in het hoofd wordt chirurgische

verwijdering aanbevolen, indien mogelijk totale resectie [103]. Als het opticus meningeoom

aanleiding geeft tot progressieve visusdaling is er ook een indicatie tot behandeling (zie 4.5.2.2).