Zorgstandaard Noonan Syndroom - page 38

38
Onderzoek van maag en
slokdarm
Bij frequent braken en/of aanhoudend huilen is onderzoek naar
gastro-oesofagele reflux en malrotatie aangewezen. Hiervoor is
geen pH-metrie of oesophagoscopie noodzakelijk.
Behandel zo nodig met anti-reflux maatregelen.
N.B.
Aanhoudend braken of het weigeren van voedsel kan in zeldzame
gevallen sondevoeding noodzakelijk maken.
Volg preventie- en observatielijst bij voedselweigering onder kopje
‘failure to thrive’ hierboven.
Logopedisch onderzoek
Verwijs patiënt zo nodig voor onderzoek en behandeling van
spraak- en taalproblemen.
Stollingsonderzoek
Verricht stollingsonderzoek ten minste eenmalig in de kindertijd
(1-11 jaar) en vóór operatieve ingreep.
Oogheelkundig onderzoek
Verwijs patiënt voor oogheelkundige screening bij het stellen van
de diagnose.
N.B.
Scheelzien, veranderingen van de achterste oogkamer en afwijkingen
in de voorste oogkamer kunnen voorkomen bij mensen met NS.
In geval van ernstige ptosis is opvolging van controle ten minste
eenmaal in de kinderleeftijd geïndiceerd. Moment waarop dit
plaatsvindt wordt door arts in overleg met de ouders vastgesteld.
Gehoorscreening
Verwijs patiënt voor gehoorscreening en evaluatie door KNO-arts
in de 2
e
helft van het 1
e
levensjaar.
Cryptorchisme opsporen
(niet-ingedaalde testes)
Indien cryptorchisme gevonden wordt, behandeling inzetten.
N.B.
Behandeling niet anders dan in populatie mensen zonder NS
Opsporen huidproblemen
Geef i.v.m. met risico op droge huid het advies om lang en warm
baden te vermijden, evenals geparfumeerde zeep en droge lucht.
Behandel met vocht inbrengende crèmes. Eerst aangewezen
middel is vaseline (bijvoorbeeld 20% in CMC of LWC). Bij
onvoldoende effect behandel met keratolytica zoals salicylzuur in
ureumcrème.
Indien nodig (zoals bijvoorbeeld bij erytheem): behandel met
korte kuren van lokale steroïden.
N.B.
Retinoïden zijn niet eerste keus behandeling omdat aangetoond is dat
deze geen effect hebben bij sommige mensen met NS.
Voorbereiding operatieve
ingrepen
Houd rekening met het feit dat mensen met NS afwijkingen
kunnen hebben aan gelaat, schedel en wervellichamen die
intubatie of het verrichten van een ruggenprik kunnen
bemoeilijken.
Radiologisch onderzoek is niet noodzakelijk, maar anesthesist
dient wel op de hoogte te zijn van deze mogelijke afwijkingen.
Nagaan of stollingsonderzoek eerder heeft plaatsgevonden. In
dien niet het geval: voer dit uit vóór de operatieve ingreep.
1...,28,29,30,31,32,33,34,35,36,37 39,40,41,42,43,44,45,46,47,48,...73
Powered by FlippingBook