Background Image
Table of Contents Table of Contents
Previous Page  52 / 79 Next Page
Information
Show Menu
Previous Page 52 / 79 Next Page
Page Background

52

Marshall-Smith Syndroom | 5 Organisatiestructuur van het zorgproces

Print

vorige

Inhoud

volgende

–

–

Idealiter is aan het einde van de acute zorgfase bekend in

welk ziekenhuis en bij welke hoofdbehandelaar het kind met

MSS terechtkomt voor vervolgafspraken. Een “vast” zieken-

huis en hoofdbehandelaar zijn van belang voor de continu-

ïteit en kwaliteit van de zorg in de chronische zorgfase. Het

hebben van een casemanager is eveneens cruciaal.

–

–

Huisartsenzorg

Een kind of volwassene met MSS komt voor diverse milde

klachten bij de huisarts terecht. De huisarts verwijst naar een

specialist in het ziekenhuis bij verdenking van serieuzere pro-

blemen of risico op complicaties.

–

–

Paramedische zorg

Bij zowel kinderen als volwassenen met MSS kan er sprake

zijn van behoefte/noodzaak aan behandelingen uit verschil-

lende paramedische zorgdisciplines: logopedie, podothera-

pie, orthoptie, oefentherapie, ergotherapie, diëtetiek, fysio-

therapie en (gedrags)psychologie. Indien (sommige) van deze

disciplines niet verbonden zijn aan het dagcentrum/ gespe-

cialiseerde zorginstelling, kunnen de ouders zelf de nodige

paramedische zorg inschakelen.

Speciaal onderwijs/dagbesteding/revalidatie

Rond de leeftijd van anderhalf tot twee jaar wordt de ontwikkeling

van het kind met MSS in kaart gebracht door een orthopedagoog

om te kijken welk begeleidingstraject het meest geschikt is voor

het kind.

Kinderen met MSS die thuis wonen, kunnen – net als andere EMB

kinderen- vanaf een jaar of twee naar één van de volgende typen

centra gaan:

–

–

gespecialiseerd (verpleegkundig) kinderdagcentrum;

–

–

orthopedagogisch dagcentrum;

–

–

kinderrevalidatiecentrum.

Kinderen die in een specialistische instelling wonen gaan naar het

dagcentrum dat verbonden is /onderdeel is van de zorginstelling.

Op een dagcentrum voor kinderen met een EMB sluit de indeling

van de groepen zo dicht mogelijk aan bij het reguliere onderwijs:

er is een indeling naar leeftijdsgroepen gemaakt. De leeftijd en

individuele capaciteiten bepalen welke groep het beste aansluit

bij de mogelijkheden van het kind.

Sommige kinderen met EMB blijven tot hun 18

e

op het kinder-

dagcentrum. Anderen ontgroeien het kinderdagcentrum en stro-

men door naar de Tyltylschool. Deze vorm van onderwijs richt zich

op kinderen met een ernstige lichamelijke handicap en een matig

tot ernstige verstandelijke handicap. De Tyltylschool gaat vaak sa-

men met een mytylschool die zich richt op kinderen met een ern-

stige lichamelijke handicap. De Tyltylschool, de mytylschool en de

ZMLK-school voor zeer moeilijk lerende kinderen, vallen onder het

speciaal onderwijs en behoren tot de ‘cluster 3 scholen’.

Tussen hun 18e en 20e levensjaar gaan veel jongeren naar een

dagactiviteitencentrum (al dan niet onderdeel van een volwassen-

revalidatiecentrum). Uiteindelijk worden deze kinderen voorbereid

op hun overgang naar een dagverblijf voor volwassenen.

H1 H2 H3 H4 H5 H6